gototopgototop
 

serinus-society

European Society of Serinus Breeders

Serinus leucopterus   IBC-Link    African Birding-Link   Zang   IUCN-Redlist


Witvleugelcini, Protea cini

Serinus leucopterus  (Crithagra leucoptera)

Geografische verspreiding en biotoop

De Witvleugel cini is een endemische Serinus soort (= soort die noch in andere gebieden noch in ondersoorten voor komt) van de bergen in het zuiden van de Kaapprovincie (Zuid Afrika). De naam ‘Witvleugel’ ontleent deze vrij grote cini aan de twee smalle witte bandjes op de vleugels. De tweede naam – Protea cini – is mogelijk meer toepasselijk omdat deze cini leeft in gebieden waarin Protea’s groeien. Van deze vogels is bekend dat ze graag de zaden van deze plantensoort eten. De Koningsprotea is de nationale bloem van Zuid Afrika en Protea’s worden in Europa vaak in bloemstukken verwerkt. De Serinus leucopterus voedt zich met kleine zaden, vruchten, nectar, knoppen en bloemen van planten; ’s winters vooral met de wat grotere zaden van diverse Protea soorten. (Enkele mooie voorbeelden hiervan zijn te zien in het fotoalbum op deze site onder "Serinus leucopterus". Er werd ook waargenomen dat de Witvleugel cini insecten, zoals termieten eet.

Grootte 15-16 cm

Geslachtsonderscheid en ondersoorten

Man en pop zijn, volgens enkele handboeken qua uiterlijk gelijk. Echter, volgens foto’s in sommige
handboeken en op diverse foto’s van natuurfotografen zijn wel uiterlijke verschillen te zien. Onder andere laten man en pop verschillen zien in de (witte) keelvlek en minder of meer heldere, witte wenkbrauwen.

Bijzonderheden

Bij de beschrijving van de zang van de man van de Witvleugel cini wordt door waarnemers in de natuur aangegeven dat daarin strofen van de roep en zang van andere vogels uit hetzelfde biotoop te herkennen zijn. De man zingt luidkeels met geopende snavel. De jongen worden uit de krop gevoerd. Of de Witvleugel of Protea cini in bezit is van vogelkwekers is ons niet bekend. Deze Serinus soort kan verwisseld worden met Serinus gularis – Streepkop cini – zij het dat deze laatste soort duidelijkerevaalwitte bestreping op de kop heeft en heldere oogstrepen die tot bijna in de nek doorlopen. S. gularis heeft een veel minder duidelijk zwart masker en een lichtere onderzijde dan S. leucopterus. De Serinus albogularis – Witkeel cini - heeft een groen/gele stuitbevedering waar S. leucopterus bruine stuitbevedering laat zien.

(13-09-2011)

 
backgroundmainround_20101208_1409491551.jpg

Login

Online Gebruikers

None